07-06-08

Weeral ribbedebie

2509741522_6018752b6f_o

Ik kan nu moeilijk zeggen dat het hier stil gaat worden...
Het is hier al stil.
Te veel werk, te weinig inspiratie, geen zin en nog minder fut (de kip en het ei?) zijn de oorzaken van de voorbije stilte.
Een reis voor mijn werk is de oorzaak voor de komende stilte.
De foto verraadt waar ik ben, maar klik er even op want deze geemigreerde Duister heeft nog mooie beelden op zijn flickr staan. Al moet ik eraan toevoegen dat hij zijn beelden duidelijk bewerkt.

22:40 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (2) | Tags: werk, reizen, toscane, blog |  Facebook |

03-05-08

Weer weg

Vanavond zou ik het kunnen hebben over een berige knuffelhond of een hondige knuffelbeer en hoe de 9-jarige dochter van mijn beste vrienden daarmee probeert diets te maken aan haar ouders dat ze graag een hond wil.
Ik zou kunnen vertellen over een toffe vriendin en hoe we tot een gat in de nacht hebben zitten babbelen bij een glas wijn twee flessen wijn ondanks het feit dat we enkele dagen ervoor ook al uren aan de telefoon hadden gehangen. Je vraagt je af waar we de onderwerpen vandaan blijven halen. Maar ik zal bescheiden blijven met mijn verklaring: des grands esprits se trouvent.
Een klaagzang over stijve spieren of over bouwperikelen zou ook kunnen.Net zoals het verslag van een supergezellige avond bij toekomstige buren.
Maar nee, ik ga slapen want morgen vertrek ik voor dag en dauw voor mijn werk naar Italië.
Het wordt hier dus weer even stil.
Have fun en tot binnenkort!

22:53 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (2) | Tags: toscane, reizen, werk, blog, italie |  Facebook |

19-09-07

Foto's

rid Marina di Bibbona sep 07

Ik heb hier een aantal foto's geplaatst. 

07:41 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (2) | Tags: toscane, blog, foto, italie |  Facebook |

11-09-07

Meer van dat

rid Casteln b
Castelnuovo Berardenga, enkele dagen geleden
rid druiven
Dit wordt Chianti Classico.
rid Tirrenia
Tirrenia vandaag

Eigenlijk riskeer ik hiermee heel veel. Nu denken velen dat dit geen werk, maar vakantie is. Het is wel degelijk werk, al geef ik toe dat dit een aangenaam "landschapskantoor" is.
Nog een paar dagen en ik kom naar huis. Al een paar keer heb ik moeten beloven dat ik mooi weer mee breng.
Ik doe mijn best. Echt waar.

21:49 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (4) | Tags: werk, toscane, italie, reizen, foto |  Facebook |

09-09-07

Waar ik ben...

Even een paar foto's van waar ik ben. En nu niet gevonden op internet, maar selfmade.
rid 012 - Marina di Bibbona
De zonsondergang in Marina di Bibbona
rid crete
De Crete di Siena
rid Volterra
Omgeving Volterra. (Dit is niet getruceerd. De wolken waren toen echt zo indrukwekkend.)

23:12 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (4) | Tags: italie, werk, reizen, toscane, foto |  Facebook |

07-07-07

Life is a Lady (4de en laatste deel)

Enkele dagen voor zijn vertrek, de vertaling was tegen alle verwachting in, zo goed als klaar, zaten ze met een glas Brunello di Montalcino in de hand naar de vlammen in de open haard te kijken. Arianne was die avond, zoals steeds onaangekondigd, met een reuzenportie in chianti gestoofd everzwijn komen aanzetten.
“Meegekregen van de vrouw van Claudio”, legde ze uit.
Willem had een fles opengemaakt die ze bij hun bezoek aan een kleine wijnbouwer in Montalcino gekocht hadden en nu zaten ze te luisteren naar Cecilia Bartoli die een aria van Vivaldi zong. Als de cd afgelopen was, stond Arianne zuchtend op. Ze nam haar jas van de haak en in een bijna automatische beweging pakte ze haar haren bij elkaar om de helm op haar hoofd te kunnen zetten.
“Weet je zeker dat ik je niet naar huis moet brengen, vroeg Willem. Het regent hard, hoor.”
Ze nam de helm opnieuw in haar hand, draaide zich om en zei met half dichtgeknepen ogen “Morgenavond kom ik opnieuw. Denk eraan dat je me dan vraagt of ik niet wil blijven slapen.”
Ze zoende hem snel op de lippen en trok de deur achter zich dicht.

 

“Willem, je bent weer aan het dromen. Sorry, hoor, ik laat je ook te veel alleen zitten. Mijn vrouw laat je groeten, maar nu zet ik die telefoon uit.” Terwijl hij opnieuw ging zitten, snoof De Maeght luid aan het bord dat hem net voorgezet werd.

“Frau Schmitz, ik denk dat uw man zich vandaag weer eens overtreft, maar dit hebben we toch helemaal niet besteld.”

“Mijn man vond dat u deze fazantenfilet met puree van knolselder niet mocht missen. Het is maar een kleine portie. Maakt u zich vooral geen zorgen, de reeragout met spätzle kan er dan dadelijk nog makkelijk bij.” voegde ze er fijntjes aan toe. Het was niet de eerste keer dat ze hier aten en het waren altijd overheerlijke, maar heel uitgebreide diners.

“Dan zullen we ons maar opofferen, hé Willem.”

Willem keek in zijn bord, maar zijn gedachten gingen opnieuw naar Toscane.

 

Hij had die nacht heel slecht geslapen. Pure opwinding. Natuurlijk had hij wel eens gefantaseerd over Arianne. Maar hij had gevonden dat hij rationeel moest blijven. Zijn verblijf in Toscane was immers tijdelijk. En in Antwerpen zijn geen cypressen. Haar woorden van gisteren waren echter in zijn hoofd blijven nazinderen en hadden hem uit zijn slaap gehouden. Hij reed naar het dorp om een paar boodschappen te doen en toen hij bij het voorbijrijden zag dat La Taverna al open was, besloot hij snel een koffie te gaan drinken om wakker te worden. Toen hij de deur openduwde viel hem op dat het gezicht van Claudio achter de toog meteen betrok.

“Slecht nieuws loopt altijd sneller, zei hij. Ik was naar je op weg, maar had eerst wat moed nodig.”
Hij wees naar een glas grappa dat ondanks het vroege uur al voor hem stond.
“Mi dispiace, Willem.”

“Waarover heb je het?” Het klonk norser dan hij gewild had.

De kelner stopte met koffie malen, Claudio stuurde hem de keuken in, duwde zelf de filter aan en draaide hem op de machine. Even leek het erop dat hij twijfelde om op de knop te duwen.

“Willem, ik... ik weet niet...hoe zal ik het zeggen?”, stotterde hij. “Arianne.”

“Wat bedoel je, Claudio?”

“Vannacht aangereden door een vrachtwagen op de provinciale baan. De regen, je weet wel." Zijn stem fluisterde: "Ze is dood, Willem.”

Het was Willem alsof hij plots een klap op zijn oren gekregen had en meteen doof was. De lippen van Claudio bewogen nog wel, maar hij hoorde niets. Hij zag hoe hem de koffie met mooi schuim toegeschoven werd, keek er verdwaasd naar, maar draaide zich om en liep naar buiten. Hij opende de saab met de afstandsbediening en stak de sleutel in het contact en startte. Uit de luidsprekers kwam de jankende gitaar van Carlos Santana. Life is a Lady.

17:18 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (8) | Tags: kortverhaal, zwarte woud, toscane, eten, italie |  Facebook |

06-07-07

Life is a Lady (3/4)

Enkele dagen na haar stormachtige bezoek was Arianne inderdaad langsgekomen om enkele cd’s van hem te lenen en ze hadden de hele middag zitten kletsen en naar muziek zitten luisteren. Ze hield van klassiek, zei ze, maar had nooit de gelegenheid gehad echt goed uit te vinden welke componisten of welke stijl ze graag hoorde. ’s Anderendaags belde ze hem en vroeg of hij geen zin had een uitstapje te maken.
“In Italië is het zonde om op zondag thuis te zitten. Zelfs God rustte op de zevende dag.” zei ze en stelde voor om naar de abdij van Monteoliveto te gaan kijken.
De rit door de Crete Senese was indrukwekkend. De weg draaide tussen scherpe heuvels met diepe, door de erosie uitgesleten kloven en achter elke bocht veranderde het uitzicht. De graanvelden lagen te wachten op de lente en vertoonden een rijk palet aan schakeringen tussen grijs en bruin, hier en daar onderbroken door het grijsgroen van een struikje of een cypressenrij. Ze stopten vaak om gewoon zwijgend naar het natuurspektakel te kijken. Doordat ze traag vorderden moesten ze de abdij in een drafje bezoeken, want ze waren nog geen tien minuten binnen, toen hen al gevraagd werd voort te maken omdat de deuren sloten. Op de terugrit aten ze in een kleine trattoria in Rapolano Terme. Er was geen menukaart, maar de eigenaar, een kleine man met een grote buik en sympathieke pretoogjes, vertelde wat zijn vrouw die dag allemaal kookte.
“Kortom, je eet wat er is, maar maak je geen zorgen, het is hier allemaal lekker.” lachte Arianne hem toe.
Ze raadde hem echter de huisgemaakt pici met vleessaus, een specialiteit van streek rond Siena aan. Ook het hoofgerecht, een dampend bord rundsmaag met tomaten, erwten en witte bonen, smaakte heerlijk en Arianne had rode wangen gekregen van de warmte in het restaurant en de huiswijn. Toen hij haar ’s avonds afzette voor het huis van haar ouders, waar ze ondanks haar leeftijd en haar afgewerkte studies geschiedenis en archeologie nog steeds woonde, gaf ze hem twee zoenen op de wang, zei dat ze genoten had en verdween achter de hoge haag.

 

De volgende weken brachten ze veel tijd samen door, ondanks Willems goede voornemen om met veel discipline aan zijn vertaling te werken.
“Nu je hier bent, moet je gewoon zien wat er hier allemaal te beleven valt”, had Arianne zijn gewetensbezwaren weg gewuifd. Ze liet hoekjes van Siena zien waar hij nog nooit geweest was. Ze reden naar de indrukwekkende abdijruïne van San Galgano, waar de heilige Galgano in de Middeleeuwen een zwaard in een rots stootte en meteen zijn wapenuitrusting over de haag gooide om een monnikskap aan te trekken en zijn leven aan god te wijden. Ze bezochten Arezzo met zijn marktplein en zijn steile steegjes, de beroemde dorpjes van de Chianti Classico, San Gimignano dat nu een heel andere aanblik bood dan in de zomermaanden wanneer het door de vele toeristen op een kermis lijkt, Cortona dat sinds de boeken van Frances Mayes door de Amerikanen overrompeld wordt. Arianne leidde hem overal als een perfect voorbereide gids rond en Willem liet zich makkelijk en met veel plezier meeslepen door haar enthousiasme.
Tijdens één van hun ritten vroeg Willem hoe een geschiedkundige als kelner in een trattoria terechtkomt.
“In de zomer werk ik in de agriturismo van mijn oom, daar kan ik mijn talenkennis gebruiken, maar in de winter is er nauwelijks werk, dus help ik Claudio.” antwoordde ze. “Maar eigenlijk is het antwoord op je vraag heel eenvoudig. Ik was en ben nog steeds dol op Egypte en zijn cultuur, heb mijn eindwerk over de Egyptische collectie in de musea van Berlijn geschreven en kreeg na mijn studies een studiebeurs te pakken om een doctoraat te schrijven aan de universiteit van Caïro. Een jaar heb ik het er volgehouden, maar ik had heimwee. Ik miste mijn heuvels, mijn wijngaarden, mijn mensen, mijn dorp. Ik ben een kind van deze streek en hou ervan. Weet je wat ik nog het meest miste daar in Egypte?” vroeg ze lachend.
“Cypressen.” en ze wees naar een mooie rij slanke cypressen waarachter net de zon onderging.
Willem remde en ze bleven zwijgend naast elkaar naar het spektakel kijken.

 

De koekoek op een metalen veer, die absoluut wilde komen vertellen hoe laat het was, deed hem opschrikken uit zijn overpeinzingen. Intussen kwam ook De Maeght door de lage deur het restaurant binnen.

“Je zat te dromen, hé.” riep hij. “Frau Schmitz, voor mij bitte ook een glas. U mag eigenlijk meteen een fles brengen. Heb jij al besteld, Willem? Wat schaft de pot vandaag?”

Ze keken de kaart in en kozen beiden voor het menu van de dag. Nog voor ze iets konden bestellen bracht mevrouw Schmitz een Gruss aus der Küche. Een klein bordje met enkele blaadjes veldsla, daarop een schijfje gebakken appel en een stukje ganzenlever, afgewerkt met enkele druppels balsamicoazijn en wat zwarte peper. De Maeght was duidelijk in zijn nopjes.

“Zeg, maar ik heb nog steeds niet helemaal begrepen wat je daar nu een hele winter bent gaan doen. Wat had je gezegd, een boek schrijven?”

“Nee, niet echt. Vertalen. Enkele jaren geleden verscheen in Italië een echt goede thriller. Ondanks het feit dat thrillers de laatste jaren enorm goed in de markt liggen, was het ding nog niet in het Nederlands vertaald. Via een kennis had ik een uitgever gevonden die het wil publiceren, al had hij geen budget om een werkbeurs te betalen. Bovendien hoopte ik er een beetje rust te vinden. De winter in die streek is trouwens heel mooi.”

“Hmm.” zei De Maeght terwijl hij de wijn in zijn glas liet walsen en naar de tranen keek die langzaam van het kristal naar beneden liepen. “Je weet dat voor mij de winter enkel mooi is rond de evenaar. Het grote probleem is dat je er niet met de auto geraakt. Maar misschien begrijp ik je wel. Die Blauburgunder is trouwens heerlijk, vind je niet?"
Op dat ogenblik rinkelde de gsm van De Maeght. Hij keek verontschuldigend naar Willem en liep het restaurant uit terwijl hij op het groene horentje drukte.

(wordt vervolgd)

23:13 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (0) | Tags: toscane, italie, zwarte woud, eten, kortverhaal |  Facebook |

Life is a Lady (2/4)

Toen hij ’s morgens de luiken openklapte kon hij het niet nalaten de frisse herfstlucht luid op te snuiven. De nevelslierten hingen nog over de wijngaarden, maar de blauwe lucht beloofde mooi weer. Willem had zich voorgenomen met een zekere discipline aan de vertaling te werken. Geen gat in de dag slapen hoorde bij dat voornemen. De voorbije dagen was hem dat ook aardig gelukt en al bij al was het werk die eerste week vrij goed opgeschoten. Hij keek op van het geluid van een motor. Even later kwam een blauwe traktor, een niet al te recent model, de bocht omrijden, tufte zijn huisje voorbij en stopte enkele meters verder. Drie mannen in een groene overall stapten uit, staken bijna synchroon een sigaret op en liepen de wijngaard in. Terwijl hij hen nakeek, sloot Willem het venster. Hij liep naar de keuken om koffie te zetten en goot wat corn flakes in een kommetje. Regelmatig eten, niet te veel alcohol drinken en vooral flink ontbijten was ook zo’n goed voornemen. Wat later koos hij met zorg een cd uit. Hij was blij toch maar alle cd’s meegenomen te hebben. Het was een zware doos geworden, maar omdat het huisje volledig ingericht was voor vakantiegangers, had hij toch niet zo veel bagage moeten sleuren. Met de vioolsonates van Rossini ging hij aan het werk. De computer was nog aan het opstarten, toen hij opschrok van de bel. Hij had het ding nog nooit horen schellen. Wie zou hem hier komen bezoeken, toch niet de eerste week?

Toen hij opendeed keek hij een beetje verrast in de lachende ogen van Arianne die onder een knalrode helm uitkeken. Ze duwde een doos in zijn handen. “Om je te bedanken voor je ridderlijke optreden gisterenavond heb ik wat wijn uit de kelder van mijn vader gepikt. Maak je geen zorgen, hij merkt het niet eens. Het is onze eigen chianti classico.”

“Ook goeie morgen, zei hij nogal verbaasd. Je brommertje rijdt terug, zie ik?”

“Ja, als ik benzine erin giet, doet hij het eigenlijk behoorlijk goed. Stoor ik je?”

“Nee, zei hij nogal onhandig met de doos in zijn handen. Heb je zin om binnen te komen?”

“Heel even maar. Het huisje van een beroemde schrijver betreden is iets nieuws voor me.”
Ze is wel rad van tong, dacht Willem terwijl hij opzij ging en de doos op de tafel zette. “Dank je wel voor de wijn. Hoefde je heus niet te doen.”

“Weet ik, was het ondeugende antwoord. Zoals ik zei wilde ik vooral die beroemde schrijver leren kennen.” Tegelijkertijd ging haar blik nieuwsgierig langs de cd-rekken. Ze voelde zich duidelijk op haar gemak.

“Waw! Zo veel cd’s. Vertel eens, wat ben je eigenlijk aan het vertalen? Mag ik mijn helm hier op de bank leggen?” Zonder op antwoord te wachten, deed ze de helm van haar hoofd, schudde haar haren los en legde de helm met de dikke anorak op de zetel. Ondertussen bleef ze de cdkast bestuderen als iemand die op zoek is naar iets specifieks. Willem wist even met zichzelf geen blijf en keek wat beduusd naar haar rug. Ze droeg een donkergrijze trui met hoge rolkraag op een smalle jeans die haar mooie figuur goed deed uitkomen.

“Geweldig, je cd-collectie”, zei ze terwijl ze zich omdraaide en recht in zijn ogen keek. Willem besefte dat hij haar had staan aangapen en voelde zich betrapt. Het was hem gisteren niet eens opgevallen dat ze eigenlijk mooi was. Ze leek nu ook wel wat ouder dan gisteren. Hij schatte haar vooraan dertig.

“Wil je iets drinken?” vroeg hij om zich iets om handen te geven.

“Nee, eigenlijk moet ik er meteen weer vandoor”, antwoordde ze en ze greep naar haar jas. “Ik kwam alleen maar die wijn brengen. Het was aardig van je me gisteren niet in de kou te laten staan. Het is niet de eerste keer dat ik zonder benzine val en Claudio plaagt me altijd als hij me naar huis moet brengen. Hij laat me met opzet een tijdje wachten en vraagt aan de klanten of hij me wel naar huis zou brengen. Dan moet ik een heleboel schunnige insinuaties horen voor hij me eindelijk wegbrengt. Dat heb je me nu bespaart. Ah ja, Claudio is de baas van La Taverna. Eigenlijk wel een goeie, hoor. Alleen heeft hij er plezier in me voor schut te zetten. Hij geniet ervan een vrouw die gestudeerd heeft, te kleineren, al is het bij hem eigenlijk meer plagen dan vernederen.” ratelde ze terwijl ze haar haren in haar hals bij elkaar greep om de helm op haar hoofd te kunnen zetten. Nog voor Willem iets zinnigs had kunnen zeggen, had ze de deurklink al in haar handen.

“Tot kijk, hé. Als je het goed vindt, kom ik nog wel eens in je cd-verzameling neuzen. Ik heb een nieuwe computer gekocht, met cd-writer. Ik kan dan een aantal dingen van je kopiëren. Ciao, ci vediamo!” en ze trok de deur dicht. Of ze Willems ciao nog gehoord had, was niet duidelijk. Hij hoorde het brommertje starten en weg was ze, terwijl hij haar wat verdwaasd stond na te kijken door het raam.
“Zo’n wervelwind.” lachte hij en liep opnieuw naar de tafel met zijn computer. Hij herlas de laatste alinea van wat hij gisteren vertaald had en begon te tikken.

 

Een Porsche trok met veel lawaai op toen het licht op groen sprong. Op dat ogenblik kwam ook De Maeght langs het venster en wuifde. “Nee, dank je, zei hij terwijl ze naar de auto liepen, dat brouwsel dat ze hier koffie noemen, hoef ik niet. Laten we maar meteen vertrekken.”
Ze hadden geluk met het weer in het Zwarte Woud en terwijl ze naar Todtmoos reden, genoten ze van het landschap. Ze hadden een binnenweg gekozen en het prachtige uitzicht op de sneeuwbedekte Zwitserse Alpen deed Willem aan de foto’s in mooie prentenboeken denken. Zoals altijd zouden ze dineren en overnachten in het kleine, eenvoudige pensionnetje waar De Maeght zowat kind aan huis was. De chef achter het fornuis, zijn vrouw in het restaurant. De kamers waren simpel maar netjes en je at er die heerlijke keuken van het Zwarte Woud, die op een harmonische manier de Franse elegantie vermengt met krachtige Zuidduitse smaken. Terwijl De Maeght nog op zijn kamer was, zat Willem in de eeuwenoude gelagzaal met houten lambriseringen van een glas rode wijn te genieten.
(wordt vervolgd)

00:13 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (1) | Tags: toscane, italie, zwarte woud, kortverhaal |  Facebook |

05-07-07

Life is a Lady (1/4)

Willem tuurde naar het verkeer buiten en had moeite de reikwijdte van de gebeurtenissen van de laatste maanden te omvatten. Het was allemaal zo snel gegaan. Alles was begonnen met het nieuws dat de oude De Maeght zijn brouwerij aan Inbev verkocht. Hij had het verwacht en toch was het bericht ingeslagen als een bom. De laatste jaren had hij zich uit de naad gewerkt voor de kleine familiale brouwerij die naar Belgische traditie nog een ambachtelijk bier brouwde. De verkoop liep schitterend, de kosten waren goed onder controle, maar er waren grote investeringen nodig en de poging als klein familiebedrijf door te dringen op de buitenlandse markt was onbegonnen werk gebleken. Inbev had hem, op voorspraak van De Maeght, mee overgenomen en had hem zelfs toegestaan de eerste zes maanden een sabbatperiode te nemen. Hij had al lang met het idee rondgelopen om zich een tijdje in Toscane te vestigen en een boek te vertalen. De herfst en de winter leken hem een ideale periode omdat hij dan geen toeristische drukte hoefde te vrezen, het zou niet te warm zijn om aan de vertaling te werken en de huurprijzen zouden wat lager liggen.

Nu was hij net terug en gisteren had De Maeght hem gevraagd nog eens naar Basel te willen rijden. Dat deden ze vroeger twee keer per jaar omdat zijn baas er bankzaken te regelen had. De Maeght had een hekel aan vliegen en omdat hij het bovendien heerlijk vond om in het nabijgelegen Zwarte Woud te gaan dineren, reden ze de vijfhonderd kilometer met de luxueuze full option Volvo van De Maeght. Zoals gewoonlijk had hij De Maeght voor het filiaal van Crédit Suisse in Basel afgezet en was zelf bij een kop ondrinkbare Zwitserse koffie in het tegenovergelegen café de krant gaan zitten lezen. Hij kon zich echter niet concentreren op het artikel over de gevangenen op Guantanamo.

 

Hij genoot van de eenzaamheid in dit prachtige landschap. Elke keer als hij aan de twee cypressen van de hoofdweg afsloeg en de kiezelweg opreed die de velden in liep en langs zijn huisje voerde, was het alsof hij zijn domein betrad. Het huisje was goed gerenoveerd en gezellig ingericht. De eigenaar, een Zwitser en kennis van De Maeght, had blijkbaar niet op enkele uitgaven gekeken om het zijn toeristen naar hun zin te maken. Alleen jammer voor hem dat er zo weinig vakantiegangers interesse hebben voor een huisje zonder zwembad. Omdat ook in de vrij praktisch ingerichte keuken een kleine tafel was, had hij de eettafel in de woonkamer ingepalmd met zijn portable computer, woordenboeken, papier en de dikke thriller die hij wilde vertalen. Achter in tuin, lag mooi gestapeld een hoop klein gehakt brandhout voor de enorme open haard. In een van de slaapkamers had hij zijn bagage ondergebracht en zijn kleren in de kasten gehangen. Slapen deed hij in de kleinste slaapkamer. Die had een venster op het oosten en hij hoopte altijd dat de zon hem op tijd zou wekken.

Die dag was het werk zo goed verlopen, dat hij het uur uit het oog verloren had en toen hij ‘s avonds besefte dat hij honger had, bleek het al voorbij negen uur te zijn. Omdat hij geen zin meer had nog iets te koken, besloot hij in het dorp de trattoria uit te proberen. De vrouw die het huisje schoon hield voor de Zwitserse eigenaar en zichzelf voorgesteld had als signora Chiara, had gezegd dat je er de beste tagliolini met porcinipaddestoelen van Toscane eet. De trattoria bleek een eenvoudig, witgekalkt zaaltje te zijn achter een kleine bar, zoals je er op het Italiaanse platteland honderden vindt. Toen hij binnenkwam zaten er enkele mannen aan twee kleine tafeltjes de wereld te verbeteren. In de hoek aan de wand hing een stomme televisie beelden van diezelfde wereld te tonen. De man achter de toog verwees hem door het sliertengordijn, opletten voor het trapje, naar het zaaltje achterin. Na de aanbevolen tagliolini, die helemaal aan de verwachting voldeden, had hij voor in Chianti gestoofd konijn met olijven gekozen. De karaf lekkere huiswijn had zijn humeur helemaal op topniveau gebracht. Hij genoot ervan om zich de luxe te veroorloven nog een panna cotta te bestellen, maar toen hij afrekende bleek dat zijn menu niet eens zo luxueus geweest was. Om nog te doen, besloot hij meteen.

Bij het buitenkomen liep hij bijna tegen een meisje aan dat tegen een brommertje, een Japanse imitatie van de mythische Vespa, stond te vloeken. Hij herkende het meisje dat hem bediend had en vroeg nogal overbodig of haar motorino het niet deed. Het antwoord was even overbodig en toen hij haar aanbood of hij haar naar huis kon brengen met de auto keek ze hem verrast aan.

“Zijn alle Belgen zo behulpzaam?”

“Hoe weet je zo zeker dat ik Belg ben?” Willem was fier op zijn quasi accentvrije Italiaans. Hij had een hekel aan het verschrikkelijke accent waarmee vooral Duitsers, Nederlanders en Engelsen het Italiaans verkrachten.

“U bent toch die schrijver die in het Podere della Querce woont?”

Hij besefte meteen dat hij in een klein dorpje op het platteland woonde. “Nou ja, schrijver klopt niet helemaal, lachte Willem. Maar wat doe je, blijf je hem in gang staan vloeken of ga je mee?”

In de auto vertelde ze hem dat signora Chiara haar buurvrouw was en dat die nu aan wie het horen wilde vertelde dat er een beroemde schrijver in het huisje woonde. Ze moest hard lachen toen hij haar de waarheid opbiechtte. Toen ze voor haar huis uitstapte, bedankte ze hem en terwijl ze haar hoofd nog even terug in de auto stak, voegde ze er koket aan toe “Ah ja, en ik heet Arianne. Buona notte!” en ze sloeg het portier van de saab dicht.
(Wordt vervolgd)

10:04 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (4) | Tags: italie, kortverhaal, toscane, eten |  Facebook |

17-06-07

Beelden van waar ik was

Nee, niet zelf gemaakt. Gewoon van het web geplukt, wel mooi.

 

12:37 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (3) | Tags: reizen, italie, toscane, werk |  Facebook |

23-03-07

Lekkerrrrrrrrr!!!!!!

everzwijn rid

Dit is een sus scrofa, everzwijn voor de vrienden. Levend heeft het beest niet echt veel vrienden. Mooi kan je hem niet noemen, aangenaam ruiken doet hij ook al niet en als hij eens door een veld gewandeld is, loop je best enkele dagen met een boog om de boer van wie het veld is heen. Enkele jaren geleden, tijdens een heel droge zomer, liet een Toscaanse wijnboer me zijn wijngaard zien nadat een kudde everzwijnen, op zoek naar drinken, zich gelaafd had aan de druiven. Met een bulldozer zou het werk niet veel grondiger gedaan zijn.

Hoe onpopulair het beest ook is, dood kent hij een heleboel liefhebbers. Wie Asterix leest, kent wel de onstilbare honger van Obelix, die niet eens de moeite neemt om ze te versnijden, maar ze helemaal oppeuzelt. Ik hou meer van de Toscaanse versie. Hieronder een recept voor “cinghiale in umido”. (Ik schrijf met opzet “een” omdat er, zoals met vele regionale en rustieke gerechten, vele varianten zijn.)

Als je kan kiezen, neem je liefst vlees van de achterpoot. Het is mals en sappig vlees, maar je kan ook al gesneden stoofvlees kopen. In de moderne keuken wordt meestal niet meer gemarineerd, maar ik leerde het van een boer die het vlees een nachtje in rode wijn met enkele laurierblaren, enkele jeneverbessen, wat salie en een goeie tak rozemarijn laat rusten. Je haalt het vlees eruit, laat het wat uitdruipen en droogt het zorgvuldig af. Aankorsten in hete olijfolie (opletten dat de olie goed warm is, anders trekt het vlees onmiddellijk vocht en krijg je het niet meer aangekorst) en blussen met een deel van wijn van de marinade, die je wel eerst even door een zeef gegoten hebt opdat de kruiden niet meegaan. De alcohol laten uitkoken op een stevig uurtje en dan tomatenpuree , zout, peper, rozemarijn en salie toevoegen en het geheel zachtjes laten stoven. Om het vlees goed gaar te krijgen heb je wel anderhalf uur nodig. Regelmatig eens controleren opdat de boel niet aanbrandt, is de boodschap. Als je ziet dat de saus te veel uitkookt, kan je wat heet (!) water toevoegen. Eventueel kan je een tiental minuten voor het einde nog zwarte olijven toevoegen.

Serveer het gerecht met brood of eventueel met aardappelpuree. Wil je het écht Italiaans houden, kan je er ook polenta (maïsgriesmeel) bij maken, maar als je geen polentamachine hebt, is dat heel veel werk. Bespaar je trouwens de expresspolenta die je hier en daar kan kopen, want dat spul is nauwelijks eetbaar.

Van everzwijn kan je ook heel lekkere pastasaus maken. Een sjalot, een selderstengel en een wortel heel fijn snipperen, fruiten in olijfolie en het gemalen vlees aanbakken. Blussen met wat rode wijn en als de alcohol uitgekookt is, tomaat erbij. Kan heel goed met bliktomaat, als je je het werk van tomaten pellen en ontpitten wil besparen. In de winter zijn verse tomaten sowieso zelden lekker. Peper, zout, rozemarijn en salie erbij en stoven. Het duurt wat langer dan met runds-/varkensgehakt omdat het everzwijn wat meer tijd nodig heeft om gaar te worden, maar het smaakt heerlijk. Neem geen spaghetti, maar tagliatelle (verse als je kan) of papardelle en je hebt een overheerlijk gerecht.

Nog een wijnsuggestie? Om in Toscane te blijven zou ik kiezen voor een goeie Chianti Classico of een Rosso di Montalcino.

Buon apetito!

NEWBanket

 

17:30 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (1) | Tags: toscane, italie, eten |  Facebook |

21-03-07

Claudio of Roberto?

trattoria

Gaan we naar Claudio of naar Roberto?
Voor wie het niet onmiddellijk duidelijk is: het gaat om een culinair dilemma. Claudio baat een trattoria uit in het centrum van het Toskaanse dorpje Castelnuovo Berardenga. Je moet binnen langs een deur met van die ouderwetse plastic linten om de vliegen buiten te houden, voorbij een toog waar enkele plaatselijke wijzen de wereld aan het verbeteren zijn terwijl in een hoek aan het plafond een televisietoestel beelden van diezelfde wereld toont, enkel trapjes af en dan kom je in een eenvoudige, maar eigenlijk best gezellige eetgelegenheid. Hier eet je naar mijn mening een van de beste huisgemaakte tagliolini met porcini-paddestoelen die er te vinden zijn, maar in de winter is ook de bonensoep met licht pikant nasmaakje niet te versmaden. Voor de hoofdgerechten kan je je gewoon niet vergissen, het is allemaal lekker. Het restaurantje moet in een of andere engelstalige gids staan, want je treft er al eens Amerikanen of Engelsen aan, de andere klanten zijn duidelijk bekenden van de eigenaar.
Roberto daarentegen moet je weten te vinden. In een steil zijstraatje van het kleine historische centrum van Rapolano Terme baten hij en zijn vrouw deze heel eenvoudige trattoria uit waar mijn smaakpappillen me telkens opnieuw naartoe lokken. De crostini zijn niet om over naar huis te schrijven, maar de zelfgemaakte pasta en het vlees zijn om duimen en vingers af te likken als je houdt van een wat rustieke, heel eerlijke keuken. Ik werd er ooit voorgesteld door een hotelier en kom er sindsdien een paar keer per jaar. Waarschijnlijk weet Roberto niet meer hoe ik heet, maar ik ben vriend van vrienden en die zijn altijd welkom. Hijzelf, een kleine man met een grote buik en sympathieke pretoogjes, dient op, zijn vrouw kookt. Je eet wat er is, maar geen zorgen, het is altijd lekker. Er is een wijnkelder, maar de huiswijn is best lekker. Ik heb er ooit Duitse kennissen naartoe gebracht en toen die, zich van geen kwaad bewust, naar de kaart vroegen, rechtte Roberto zijn rug en zei: “Il menù sono io!”
Volgens mij was Louis XIV minder staat dan Roberto menu.
 

17:05 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (4) | Tags: eten, toscane, italie, reizen |  Facebook |

19-03-07

Vroege lente in Toscane

Toscana 1 rid

Het had dagen na elkaar geregend, maar die dag scheen de zon in een lichtblauwe lentehemel. A. belde om te vragen of ik niet weggespoeld was en stelde voor te profiteren van de mooie dag en die middag een rit met de auto te maken. Ik was dankbaar voor de afwisseling en reed na de middag naar haar huis, toeterde en alsof ze me achter de deur stond op te wachten kwam ze onmiddellijk breed glimlachend naar buiten. Terwijl ze vrolijk en levenslustig als altijd vroeg hoe ik die regendagen doorgekomen was, reden we naar het dorp om te gaan tanken. Ik draaide het dorpsplein op en merkte dat het benzinestation nog gesloten was. Het was drie uur in de namiddag. Een klein bordje vertelde dat we voor half vier niet konden tanken. Ik durfde niet verder rijden omdat het wijzertje al ver in het rood stond en we besloten even door het dorpje te lopen. Een Toscaans dorpscentrum tijdens de middagpauze in de vroege lente.

Aan de overkant van het plein kwam een bejaard Engels echtpaar uit een trattoria, begeleid door de zwaarlijvige kok, die zijn lach niet kon inhouden toen zag hoe de oude man wankelde. Duidelijk te veel chianti gedronken. Het duurde een hele tijd, voor zijn vrouw, niet veel minder dronken dan haar man, hem op de passagierszetel van de gehuurde Fiat Brava kreeg.

“Alleen Engelse mannen dragen op hun zeventigste dergelijke lelijke spierwitte schoenen.” merkte A. op. “Jammer dat zijn vrouw geen grote strohoed met een lichtgroen of lila lint eromheen draagt. Het cliché zou compleet geweest zijn.” Ik moest lachen om haar sympathieke vorm van racisme.

Op een bank in de zon zaten drie heren op leeftijd in het niets te kijken. Af en toe zei er een iets, dat door de andere brommend beaamd werd.

“Zo oud worden.” dacht A. luidop. “Niks hoeft meer. Je mag zonder je te schamen midden op de dag op een bank van de eerste lentezon zitten genieten. Geen stress, geen zorgen, alleen lauwwarme zonnestralen.”

Net op dat ogenblik kwam een vierde bejaarde man aangewandeld. “En waarheen gaat de wandeling?” begroetten de drie bankzitters hem.

“Naar de kaartclub.” Een duidelijk Napolitaans accent. “Maar niet om te spelen, hoor.”

“Ah, nee, speel je niet meer?”

“Oh jawel, maar hier speel ik niet graag. Bij mij thuis spelen we zwijgend. Geconcentreerd. Hier praten ze de hele tijd en geven elkaar signalen. Ik kan me daarover echt boos maken, maar het heeft geen zin. Daarom speel ik enkel solospelletjes.”

“Dus toch zorgen, ook op je oude dag.” Dacht ik.

 

Volgetankt, stuurde A. me naar de nieuwe vierbaansweg naar Siena en liet me de eerste uitrit richting Asciano nemen. Na enkele gebouwen en een wat misplaatst modern hotel, maakte de smalle baan een scherpe bocht. Ze reden over een heuveltop en het landschap opende zich. Adembenemend mooi slingerde de weg zich met scherpe bochten en steile hellingen door de Crete, de graanschuur van Toscane. Links rezen in de verte de torens van Siena, aan de andere kant van de weg de lichtgroene glooiing met daarin verspreid enkele boerderijen en landhuizen. Een cypressenlijn leidde naar een mooi landhuis, aan het zwembad te zien van een buitenlander. Hier en daar liep een kudde schapen. We stopten even om een auto die haast had, te laten voorbijrijden en stapten uit. Zwijgend lieten we het landschap op ons inwerken. Ieder alleen met de eigen gedachten, maar zich heel bewust van elkaars aanwezigheid. Ik kon het niet nalaten steels naar het profiel van A. te kijken. De lijn van haar wat scherpe neus, de lange wimpers, haar lange steile haar met daarachter wat waziger de groene heuveltop. Als een foto met een klein diafragma gemaakt. De rit was amper twintig kilometer lang, maar we reden zo traag dat het bijna drie kwartier duurde voor we bij Asciano kwamen. We spraken nauwelijks, de radio stond uit, enkel het geluid van de soepele dieselmotor en de aerodynamica van de auto. Vlak voor Asciano sloeg ik af en volgde de pijl naar de abdij van Monte Oliveto. A. keek me even zijdelings aan en glimlachte. Haar elleboog raakt de mijne op de armsteun en ik trok niet terug.

 

P.S. Voor alle duidelijkheid: dit verhaal is grotendeels fictie. Er bestaat helemaal geen A. met een scherpe neus en lange wimpers tenzij in mijn fantasie. Toscane in de lente is wél heerlijk.

Toscana 3

23:33 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (2) | Tags: reizen, italie, toscane, lente |  Facebook |

24-01-07

Onderweg

San Gim (red) 

 


























San Gimignano (voorjaar ‘06)

 

san galgano (rid)

 


























Abdij San Galgano (voorjaar ‘06)

 

Zakenreizen. Dat zijn toch zo’n pleziertripjes, waarbij je een paar vergaderingen hebt, met wat geluk in een goed restaurant overgoten met de plaatselijke topwijn, waarna je begeleid door een knappe escort de bezienswaardigheden van de streek kan bewonderen. Slapen in luxehotels, roerei met truffel als ontbijt, champagne aan de bar voor je naar bed gaat, al dan niet met die lekkere buitenlandse collega.

Cut! Correctie. Even de film terugdraaien. Aktie! Een kleine duizend uur per jaar in de auto zitten, in de zomer ondanks airco puffen, in de winter elke morgen sneeuw scheppen om die auto vrij te maken en af en toe sneeuwkettingen monteren. Van de ene afspraak naar de andere hollen, in de auto de afspraken van volgende week regelen of even naar huis bellen om vast te stellen dat ze het best stellen zonder jou. Bijna elke avond in een ander bed slapen, alleen in een hotelrestaurant zitten en je verstoppen achter een boek. Inderdaad soms in mooie hotels, waarvan je vooral de hal met wifi internet en je eigen kamer kent. Vaststellen dat je weeral vergeten bent tijd in te plannen om eindelijk eens naar dat bekende stadje te rijden om er eens door te lopen.

Versta me niet verkeerd, dit is geen zelfbeklag. Ik doe deze job nu al meer dan 11 jaar en blijf het graag doen. De dagelijkse ontmoetingen met heel verschillende mensen, de soms adembenemende landschappen waar je doorheen rijdt, het gevoel van vrijheid, al besef je dat het maar een illusie is. Ik kan ze nog niet missen. Wegen het werken naar een deadline, de 100 tot 120 dagen buitenshuis slapen en het vele autorijden niet zwaar? Soms wel, maar eerlijk gezegd denk je daaraan niet als je bijvoorbeeld onderweg bent in de zonovergoten heuvels van Toscane en even de voet van het gaspedaal haalt om beter te genieten van het uitzicht op San Gimignano of even te stoppen bij de indrukwekkende ruïnes van de Abdij van San Galgano.

22:54 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (4) | Tags: reizen, italie, werk, toscane |  Facebook |

05-12-06

Toscane in de winter

Tuscany winterWanneer is de ideale periode om naar Toscane te gaan? Door mijn werk wordt deze vraag me vaak gesteld en het klassiek antwoord is dan tussen half april en half juni. Je hebt dan immers heel hoge kansen op mooi weer, maar het is nog niet té warm. De graanvelden zijn groen en worden stilaan geel. De zonnebloemen, de klaprozen en de brem staan in bloei. De ideale periode dus. En toch ben ik het daar niet helemaal mee eens. Ook in september is het weer nog heel goed, maar dan moet je ermee rekening houden dat het graan af is en de velden er droog en grijs-bruin bijliggen. Oktober heeft zijn charmes, zeker in de Chiantistreek als al die wijngaarden rood en geel kleuren. Maar zelf ben ik er graag in de winter. Uiteraard moet je geluk hebben met het weer, het kan koud zijn en als je pech hebt, regent het ook wel eens, maar je gaat toch niet naar Toscane voor het mooie weer alleen?

Toscane is een streek die je met de auto of, voor de liefhebbers, met de moto moet verkennen. De afstanden zijn immers te groot en de streek is te heuvelachtig voor de normale fietser. In de winter is er minder volk onderweg, waardoor je op die kleine, kronkelende wegen makkelijk kan vertragen en stoppen om nog beter van het prachtige landschap kan genieten. Het is er niet groen, maar je krijgt een spektakel van nuances: van bruin tot bruin-grijs, met groene stippen er middenin. Heuvels die het zicht na elke bocht doen veranderen, wijngaarden die op het voorjaar liggen te wachten, knoestige olijfbomen, puntige cypressen. Als je houdt van kleurschakeringen, bieden “Le Crete” (grofweg de streek tussen van Siena en Montepulciano) en de Orciavallei (tussen Siena en San Quirico d’Orcia) een prachtig schouwspel. Als de zon de nevel die tussen de heuvels is blijven hangen, probeert weg te jagen, biedt dat een ongelooflijk suggestief en bijna poetisch spektakel.

Stadjes als Volterra en San Gimignano, dorpjes als Montalcino en Castelnuovo Berardenga, kunststeden als Siena en Firenze of gewoon de piepkleine, vaak heel oude gehuchtjes die je onderweg tegenkomt, hebben een andere uitstraling in de winter, wanneer er véél minder toeristen zijn. Ze zijn intiemer, typischer, echter misschien ook wel.

Bovendien heb ik nog een reden om in de winter naar Toscane te gaan: de Toscaanse keuken. Wat is er leuker, als het buiten donker en ook wel vrij koud is, dan in een restaurantje of trattoria die typische, maar zware Toscaanse gerechten te proeven? Crostini al fegato di pollo, een gegrild schijfje brood met kippenleverpastei. Pici, handgemaakte pasta typisch voor de streek rond Siena, met delicate porcini-paddestoelen of met een saus op basis van everzijn of haas. Huisgemaakte tagliolini met olijfolie en wat geschraapte truffel. Ribollita, een traditioneel gerecht van de armen, is een soep met kool, brood en bonen die twee maal gekookt wordt. Als je het daar niet warm van krijgt. Gestoofd everzijn met jeneverbessen, allerlei wild of “gewoon” een fiorentina, tussenribstuk van rund met been. Daarbij die krachtige, karaktervolle rode wijnen van de streek. Het hoeft geen Brunello di Montalcino of Vino Nobile di Montepulciano te zijn, al mag het natuurlijk wel. Als de fles nog niet leeg is, kan een stukje gerijpte pecorinokaas helpen. Afsluiten met huisgemaakte panna cotto, met wat gelatine en suiker gekookte room, en een kopje koffie.

Het zal misschien aan mij liggen, maar die dingen smaken in de winter nóg veel beter dan in de zomer.

 

PS: Enkele fantastische foto's vind je door te klikken op de foto.

23:07 Gepost door Joe Bradley in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: italie, eten, reizen, toscane |  Facebook |