14-02-08

My funny Valentine

Michael-Buble-wm03
Geschreven in 1937 door het beroemde Amerikaanse duo Rogers & Hart behoort het tot dé klassiekers aller tijden. Vorig jaar liet ik het hier door Chet Baker doen. Het was tenslotte hij die het liedje omhoog duwde in de verkoopsstatistieken.
Dit jaar wilde ik Miles Davis uit de kast halen (als je klikt, zie je dat ik het stiekem toch gedaan heb), maar ik koos tenslotte voor deze live versie van Michael Bublé.

00:14 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (3) | Tags: romantisch, michael buble, miles davis, muziek, jazz |  Facebook |

06-02-08

Tell them that it's Human Nature

thrillerMorgen is hij er.
Maar of iemand hem echt wil?
Nee, ik kan het me nauwelijks voorstellen.
Wat goed was, wat zeg ik, steengoed was, moet je niet opnieuw proberen uit te vinden.

Ik heb het over Thriller van Michael Jackson.

Zie of hoor ik iemand gruwen?

Wees nu eens heel eerlijk. Het was de tijd dat de dieren nog spraken, ik me nog niet moest scheren en Michael Jackson zelf nog zwart was. We schrijven A.D. 1983. Als je toen ergens tussen 10 en 50 jaar oud was, vond je hem gewoon goed.
En dat was hij ook.
Eén van de best verkochte popplaten ooit. Wacko zou dit succes nooit meer evenaren. Maar toen was het de absolute top, zeker commercieel gezien.
En toe nou, wees niet flauw, als niemand kijkt of meeluistert en op een of andere radiozender spelen ze Billie Jean, Wanna be startin’ something of The girl is mine, dan zet je de volumeknop toch nog altijd wat verder open?

Morgen komt de remix uit. N.a.v de 25ste verjaardag van het uitbrengen van de LP werden een aantal liedjes door bekende deejays geremixt.
Voor mij hoefde het niet.

Wil je hem even bezig zien uit een live optreden van toen? Even klikken, al was het maar om even die moonwalk terug te zien.

Maar dit zou Life-is-a-Lady niet zijn, als ik volgende clip niet zou meegeven.

Miles Davis speelt Human Nature uit Thriller.

23:13 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (7) | Tags: muziek, jazz, miles davis |  Facebook |

22-11-07

Sonny Rollins

Hij is 77 jaar, speelt tenorsax en wordt beschouwd als een van de laatste nog levende jazzlegendes, vaak in een adem vernoemd met Charlie Parker, John Coltrane, Thelonious Monk en Miles Davis.
Gisterenavond speelde hij in Brussel, ik kon niet gaan, maar moet hem op zijn minst hier spelen.


Dit kon ik ook niet laten. Een wat oudere opname dan de vorige, maar de solo naar het einde toe is ronduit indrukwekkend.

En om het af te leren nog eens, samen met Leonard Cohen dit keer.

23:28 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (3) | Tags: muziek, jazz, miles davis |  Facebook |

23-09-07

Summertime

Ik ben weer een week ribbedebie, maar laat jullie in het gezelschap van twee “Groten der Aarde”: Ella Fitzgerald en Louis Armstrong.
De derde “Grote”, George Gerschwin, wordt er gratis bijgeleverd.
Voor een zomer die er geen was. In de hoop dat de nazomer de moeite waard is, want daar ben ik altijd gek op.

 

17:16 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (3) | Tags: werk, muziek, jazz |  Facebook |

21-08-07

Sophisticated Lady (the end)

Hoe ze erachter gekomen waren was een raadsel, maar de kranten van de volgende dag hadden het niet over de dood van maar wel over de moord op Antonin Tsjechov. Er werd zwaar gespeculeerd over mogelijke daders en motieven. Eén regionale krant verdacht zelfs de KGB ervan Tsjechov uit de weg geruimd te hebben, de meeste journalisten hielden het bij een afrekening binnen het milieu.
Het onderzoek dat Vercruysse en Janssen de daarop volgende dagen voerden, leidde tot niets concreets. Dr. Versweyfelt had laten weten dat het lab op het pijltje een ingenieus samengesteld gif gevonden had, dat zelfs in heel kleine doses letaal was.
Janssen was via een kennis terecht gekomen bij een professor antropologie aan de universiteit die de grootste moeite had om het pijltje te plaatsen. Er waren verschillende volkeren die pijlen gebruikten, maar dit leek op een pijltje uit een blaaspijp. Er kon toch niemand met een blaaspijp in de club hebben rondgelopen. Theoretisch had iemand het met de hand in de hals van Tsjechov kunnen duwen, maar ook dat leek heel onwaarschijnlijk. Ten eerste was Tsjechov een zwaar gebouwde man geweest die erom bekend stond zijn enorme lichaam goed te trainen. Je had dus niet zo maar een metalen pin van 4 cm in zijn hals kunnen rammen zonder dat hij zich verweerd had. Bovendien kon niemand zich herinneren dat Tsjechov met iemand had staan praten. Hij had gewoon op zijn stoel gezeten en naar de band geluisterd. De technici had hij geen blik waardig geacht, het kleine publiek nog minder.
Na enkele weken sprak niemand meer over het voorval en stond De Blauwe Hond al te koop. Het gerucht liep dat een bekende pooier van Oost-Duitse origine het pand wilde kopen om er een sm-tempel in te maken. Van de musici was niet veel bekend. Ludo, de pianist en met zijn 68 de jongste van de band, werd af en toe in andere kroegen opgemerkt en één keer zelfs in de lobby van het Sofitel. Vercruysse had Charles nog eens ontmoet in de Delhaize achter de hoek, maar hij had haast gehad en ze hadden niet gepraat. Van Irina geen spoor.

Vercruysse had zijn schoenen uitgeschopt en zat met zijn voeten op de lade van zijn bureau te roken. Hij had “Kind of Blue” van Miles Davis in zijn computer gestopt en terwijl hij naar de muziek luisterde, keek hij naar zijn versleten kousen en dacht na. De onderzoeksrechter had Vercruysse tijdens hun wekelijkse bespreking van de lopende zaken aangeraden de thesis van de meeste kranten te aanvaarden en de zaak te klasseren onder afrekening binnen het milieu om zich op belangrijker zaken te concentreren.
Maar voor een afrekening moest er een motief geweest zijn. Tsjechov was geen heilige en met zijn brutale manier van optreden had hij waarschijnlijk wel meerdere mensen de kast op gejaagd. Maar om hem daarom te vermoorden? Bovendien waren geen geruchten over machtsverschuivingen binnen de Antwerpse onderwereld tot bij hem geraakt. Het leek wel of de moord op Tsjechov een alleenstaand feit zonder gevolgen was geweest. Hij luisterde geconcentreerd naar de Flamenco Sketches en de speciale sound van Miles’ trompet. Plots stokten zijn gedachten. Hij doofde de nog halve sigaret in de overvolle asbak op zijn bureau, trok zijn schoenen aan, nam zijn jas van de kapstok en liep de deur uit.
Toen hij buiten kwam, vloekte hij op de zomer. Enkele weken geleden nog broeiend heet, nu nauwelijks 17 graden. Hij keek naar de grijze lucht boven Antwerpen en besloot toch maar te lopen. Hij liep in de richting van zijn huis, maar ging niet naar binnen. Twee huizen verder belde hij aan. Er stond geen naam op de belknop.
Zonder dat de parlofoon kraakte, sprong de deur open. Vercruysse duwde ze open en liep via de trap twee verdiepingen naar omhoog. Boven aangekomen was hij buiten adem. De enige deur die op de gang uitgaf stond op een kier. Er klonk pianomuziek. Hij klopte en zonder op antwoord te wachten ging hij binnen.
Charles zat in een grote, modern ogende zetel met een half gevuld whiskyglas op de armleuning. De fles stond op het salontafeltje. Vercruysse was nooit bij hem binnen geweest en toen hij om zich heen keek, verbaasde hij zich erover dat Charles in een vrij modern, kraaknet appartement woonde.
“Hi, Peter” groette de oude man hem.
“Neem een glas uit de linkerkast en bedien je.” voegde hij eraan toe, met zijn kin in de richting van de fles pure malt wijzend.
De hond keek naar Vercruysse, maar besloot dat hij oninteressant was en legde zijn kop weer op voorpoten. Vercruysse nam een glas uit de aangeduide kast en goot zichzelf een bodem in. Vanuit zijn ooghoek zag hij een CD hoes met een foto van de immer lachende Duke Ellington. Hij zette zich in de andere zetel en proefde voorzichtig van de whisky. Charles was een kenner.
“Het lijkt erop dat je me verwachtte.” zei hij uiteindelijk.
“Ik weet toch dat je een goeie flik bent. De beste waarschijnlijk.”
Vercruysse tastte naar zijn sigaretten.
“Er staat een asbak in de keuken op tafel” zei Charles alsof hij hem kon zien.
Vercruysse stond op, nam de asbak uit de keuken en zette zich terug in de zetel. Hij stak de sigaret op, inhaleerde diep en blies de rook langzaam uit.
“Ingenieus idee, moet ik toegeven.”
“Mijn trompet is mijn leven, Peter. Bijna een verlengstuk van mijn lichaam. En dus ook mijn enige wapen als je wil. En als je net als ik vanaf je tiende zo goed als blind bent, leer je je andere zintuigen heel goed gebruiken. Toen hij applaudisseerde wist ik exact waar hij was. De rest is history.”
“Waar haalde je het pijltje en het gif?”
“Jij weet toch net zo goed als ik dat je in Antwerpen alles kan kopen.”
Vercruysse wist het inderdaad. Hij trok opnieuw aan zijn sigaret en luisterde naar Duke Ellington. Het was een beroemd liedje, maar hij kon zich de titel niet herinneren.
“Maar waarom? Wat heb je eraan? Hij deed je toch geen kwaad?”
Het was alsof de oude blinde man hem nu recht in de ogen keek.
“Hij sloeg haar, Peter. Hij wilde dat ze zich prostitueerde aan zijn zakenvriendjes. Zijn investering voor haar papieren zou dan beter opbrengen. Toen ze weigerde sloeg hij haar bond en blauw. De avond ervoor had hij het haar opnieuw bevolen, ze had weer geweigerd, maar nu sloeg hij haar in het gezicht. De gekloven wenkbrauw zal altijd een litteken zijn.”
Vercruysse zag Irina weer voor zich. Met haar grote zonnebril naar Charles kijkend. En hij had nog gedacht dat ze om Tsjechov gehuild had.
Hij duwde peinzend zijn sigaret uit en dronk van de whisky. Beide mannen zaten tegenover elkaar. Tussen hen veel onuitgesproken gedachten die zich verbonden met de noten van een van ’s werelds grootste jazzpianisten.
“Ik heb niks te verliezen. Volgende week wordt ik 87. Tegen dat het proces voorkomt, ben ik er misschien al niet meer.”
Vercruysse antwoordde niet. Hij dronk het glas leeg, stond op en stapte naar de deur.
“Wat ga je nu doen?”
“Doen wat de onderzoeksrechter me heeft opgedragen.” was het antwoord en zonder verder nog iets te zeggen liep Vercruysse de trap af.

Beneden merkte hij dat het was beginnen motregenen. Hij zuchtte, zette de kraag van zijn jas omhoog en liep de straat op. Hij zag niet hoe op de tweede verdieping van het huis dat hij net verlaten had, een mooie jonge vrouw hem vanachter het gordijn nakeek.
Toen hij op de hoek van de straat kwam, herinnerde hij zich opeens de titel van het liedje:
Sophisticated Lady.

18:48 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (3) | Tags: kortverhaal, antwerpen, jazz |  Facebook |

20-08-07

Sophisticated Lady (2/3)

Vercruysse werd uit zijn overpeinzingen gehaald toen Janssen bruusk remde en foeterde op de chauffeur voor hen. Hij nam zijn mobiel en vormde het nummer van de noodarts dat op het blaadje stond. Die nam op nog voor Vercruysse hoorde bellen. Toen hij hoorde waarover het ging zei hij echter over niet veel informatie te beschikken.
“Alles wat u weet kan ons helpen, dokter.” zei Vercruysse beleefd.
“Mij is verteld dat de band aan het oefenen was, er zaten enkele trouwe fans te luisteren. De patiënt zat vooraan, vlakbij het podium en er liepen wat technici rond die aan de nieuwe geluidsinstallatie aan het werken waren. Eén van hen struikelde over de voeten van de patiënt en toen hij zich wilde verontschuldigen zag hij dat er iets niet normaal was. Hij riep de anderen erbij en één van hen heeft onmiddellijk de 100 gebeld.”
“Was hij al dood toen u aankwam, dokter?”
De noodarts gaf hetzelfde geijkte antwoord als Versweyfelt gedaan had. Vercruysse knikte.
“Dank u wel, dokter. Als ik verder nog vragen heb, hoort u van me.”
Hij drukte het rode horentje van zijn gsm en keek voor zich uit.  

“Ik denk niet dat de club vanavond open zal zijn, zei hij, maar rij er toch maar eens heen.”
Janssen keek naar het uurwerk op het instrumentenbord en kon een lelijke grimas niet onderdrukken. Hij had sinds kort een nieuwe vriendin en had gehoopt vanavond met haar de stad in te kunnen. Janssen hield van Antwerpen in de zomer. Er was altijd wel iets te doen en hij kende als geen ander gezellige terrassen waar je lekker kon eten. Hij zag zijn plannen in het water vallen, maar reed toch rechtdoor en draaide bij het stoplicht rechtsaf de Scheldekaai op om zo naar het Schipperskwartier te rijden.

Ze hadden geluk en konden voor de deur parkeren. De Blauwe Hond leek inderdaad dicht en Janssen had even hoop dat het toch nog zou lukken op tijd naar huis te gaan toen Vercruysse aan de deur voelde en die bleek gewoon open te gaan. Binnen leek het eerst leeg te zijn, maar dan merkte Vercruysse dat er vooraan op het podium iemand was. Hij liep naar binnen en toen zijn ogen zich aan het halfduister aangepast hadden, herkende hij Charles, Irina en de andere musici. Ze zaten allemaal wat verweesd voor zich uit te staren en Vercruysse had niet de indruk dat hij net een levendige discussie onderbroken had. Irina keek toe hoe Charles zijn trompet aan het schoonmaken was. Vercruysse verwonderde zich erover hoe handig de oude man ondanks zijn handicap was. De hond lag aan zijn voeten.
“Goeie avond, Irina, heren.” zei Vercruysse.Iedereen mompelde een soort van groet. Alleen Irina zweeg.
“Sorry, Peter. Vanavond geen muziek. De baas van ‘t kot is dood.” Het was Charles die sprak. Vercruysse was al lang niet meer verbaasd dat hij zijn stem herkend had. Hij keek van de een naar de ander. Ondanks het donker in de club, had Irina een grote zonnebril op. Hij zag dat haar gezicht gezwollen was. Hoe zo’n mooi meisje van zo’n lelijke brute vent kon houden, vroeg hij zich af, maar luidop zei hij dat hij dat nieuws inderdaad al vernomen had. Hij stelde Janssen voor en vroeg of ze even konden praten.
“Mag ik met jou beginnen, Irina?”
Irina keek naar Charles, die ondanks het feit dat ze niks zei leek te merken dat ze zijn hulp zocht.
“Go on, meisje, ik ken hem goed. De beste flik van ’t stad. Misschien wel de enige goeie.”
Vercruysse negeerde de opmerking en wendde zich tot Irina. “Ik denk dat ik je eerst mijn deelneming moet betuigen.”
Ondanks het feit dat hij haar eigenlijk niet echt kende, tutoyeerde hij haar.
Om haar de kans te bieden zichzelf een houding te geven, bood hij haar een sigaret aan. Ze accepteerde, hij nam er een voor zichzelf en nadat hij beide sigaretten had aangestoken, trok hij langzaam de rook in zijn longen. Hij gaf het pakje door aan de andere muzikanten, maar iedereen weigerde.
“Ik wou alleen graag weten wat er gisteren gebeurd is.”
Irina keek weer naar Charles. Die poetste onverstoorbaar door.
“Ik weet het eigenlijk zelf niet, zei ze met een stille stem. We waren wat nieuwe dingen aan het oefenen. Antonin zat vooraan te luisteren. Tenminste dat dachten we. Hij heeft zelfs af en toe geapplaudisseerd.”
Ze stopte. Vercruysse wachtte geduldig tot ze de situatie weer voor de geest kon halen.
“Toen struikelde iemand over zijn voeten en dan ging alles heel snel. Ik hoorde iemand zeggen dat de 100 gebeld moest worden, wij stopten met spelen en hij lag op de grond. De dokter heeft hem onmiddellijk meegenomen. Wij zijn met Ludo’s auto, ze wees naar de pianist, achter de ambulance aan gereden, maar toen we bij het ziekenhuis aankwamen was hij al dood.”
“Ademde hij nog, toen de dokter hem meenam?”
“Ik weet het niet. Het ging allemaal zo snel. Ik weet echt niks.” Ze slikte iets weg.
“Was er veel volk?”
“Goh, het gewone clubje van trouwe liefhebbers die weten dat we donderdagmiddag komen oefenen en die tijd hebben om ook ’s namiddags te komen luisteren en dan een aantal technici.”
“Wat deden die hier?”
“De technici? Die liepen de hele tijd heen en weer en praatten via walkie talkies met elkaar terwijl ze de installatie aan het uitmeten waren. Er is vorige week een nieuwe versterkingsinstallatie geplaatst en die moest nog afgesteld worden.”
“Had Tsjechov vijanden?” vroeg Vercruysse plots, terwijl hij haar gezicht scherp in het oog hield? Ze keek weer naar Charles. Het was hij die antwoordde.
“Tsjechov was nu niet meteen de meest sympathieke man, Peter, dat weet je ook. Maar waarom kom jij vragen stellen? Ik wist niet dat hij een vriend van je was.”
“We komen gewoon even ons licht opsteken, ontweek Vercruysse. Tsjechov is in het Schipperskwartier niet de eerste de beste, dat weet jij ook.”
“Hij is gewoon dood omgevallen, Peter. Dat lot wacht ons ooit allen. En zijn manier lijkt me niet eens een slechte. Kort en pijnloos.”
Vercruysse zag dat het geen zin had om de hete brij te blijven draaien.
“Of het zo pijnloos was, weet ik niet Charles. We hebben ernstige aanwijzingen om aan te nemen dat Tsjechov vermoord is.”
Hij lette aandachtig op de reactie van de vier mannen en Irina. Aan de gelaatsuitdrukking van de musici zag hij niets. Alsof ze er helemaal niet van schrokken. Irina keek verschrikt naar Charles.
Het was Ludo nu die zich mengde. “Wij zaten te spelen, meneer Vercruysse. Ik vrees dat we u niet echt kunnen helpen. Er liepen nogal wat mensen rond.”
Ondanks het feit dat Vercruysse de vier musici al een hele tijd kende en al verschillende keren met hen, als de club al gesloten was, tot in de vroege ochtenduren had zitten drinken en naar muziek luisteren, bleef Ludo hem halsstarrig met meneer en u aanspreken.
Vercruysse begreep dat langer aandringen geen zin meer had. Hij vroeg nog of ze enkele van de toeschouwers bij naam kenden en of ze de firma kenden die de geluidsinstallatie geplaatst had. Irina kon hem telefoonnummer en adres van de firma geven. De bandleden kenden enkelen uit het publiek, maar vaak alleen een voornaam of een bijnaam. Janssen noteerde alles.
Vercruysse nam afscheid en vroeg nog zich te melden als ze dachten zich iets te herinneren, hoe onbeduidend het ook mocht lijken. Hij gaf een teken aan Janssen die zijn atomaschriftje in zijn tas opborg, en ze vertrokken.

Buiten op straat zei Vercruysse dat Janssen maar met de dienstauto naar huis moest rijden.
“Misschien kom je dan niet veel te laat op zijn afspraak”, voegde hij er met een knipoog aan toe. Hij zou zelf naar huis lopen dan kon hij onderweg nog nadenken. Janssen keek hem dankbaar aan en wenste hem een goede avond.

19:14 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (2) | Tags: kortverhaal, jazz, antwerpen |  Facebook |

19-08-07

Sophisticated Lady (1/3)

Het was heet die dag. Bloedheet. Peter Vercruysse had de blinden van zijn kantoor helemaal dicht getrokken en zat in het halfduister. Achterovergeleund in zijn slechte kantoorstoel, das losgetrokken, zijn voeten op de openstaande lade van zijn bureau, stak hij een sigaret op en blies langzaam de rook naar boven. De ventilator stond op de hoogste stand, maar hij had het gevoel dat het niets hielp. Het was slechts warme lucht die verplaatst werd.Het dossier over die zigeunerbende zat hem dwars. Hij wist dat er iemand achter de meisjes met zuigelingen op straat stond. Iemand die hen uitbuitte. Het had geen enkele zin de vrouwen op te pakken. Ze deden op zich niet veel verkeerd tenzij af en toe een toerist lastig vallen. De mannen achter de schermen wilde hij. Maar de meisjes hielden de lippen koppig op elkaar. Ze wisten dat ze 24u vast gehouden werden, met wat geluk zelfs konden douchen en daarna weer op straat gezet werden. Als ze praatten, waren ze er erger aan toe.Hij keek op zijn horloge. Kwart over drie. Tijd om via internet naar Sporza te luisteren. Ondanks de dopingschandalen, bleef hij de Tour de France een spannend evenement vinden. Vandaag stond een zware alpenrit op het programma. Benieuwd of Tom Boonen zijn groene trui zou kunnen houden. Net toen de verbinding tot stand kwam, ging de deur open en kwam Guido Janssen binnen.
“Peter, er is…”, hij onderbrak zichzelf, probeerde zijn ogen aan het halfduister aan te passen en snoof luid. “Je weet dat je niet meer mag roken op kantoor. Als Van Melle hier binnenkomt, krijg je gedonder.”
”Van Melle kan de boom in. Hij wil geen geld uitgeven voor airconditioning, dan kan ik geen rookvrije kamer garanderen.” bromde Vercruysse, al was het verband tussen airco en roken niet meteen duidelijk.
“Maar ik denk niet dat je hier kwam binnen stormen om me de les te lezen over een sigaret.”
Guido Janssen keek naar zijn baas zoals hij daar zat in het door de blinden gefilterde zonlicht met bezweet overhemd, jasje over zijn stoel, das losjes rond de hals.
“Als je knapper was, zou ik zeggen dat je op Humphrey Bogart in “The Big Sleep” lijkt. Je weet wel, waarin hij Philip Marlowe speelde en Lauren Bacall leerde kennen.”
“Als ik straks Lauren Bacall mag kussen, is het ok voor mij. Maar waarom kwam je hier nu binnenvallen? Zonder kloppen nota bene.”
“Annemarie heeft net gebeld en gevraagd of we onmiddellijk naar haar kunnen komen.” antwoordde Janssen.
Het gezicht van Vercruysse lichtte op. “En wat wil de knappe roodharige dokter van ons?”
“De details weet ik niet. Ze sprak over een dode gisteren in het Schipperskwartier. In de Blauwe Hond. De eigenaar zelf.”
“De Rus? Hoe heet hij nu al weer? Ibraimovic?”
“Nee, lachte Janssen, dat is de eigenaar van de voetbalclub Chelsea. Deze is niet zo rijk, maar had ook een beroemde naam. Tsjechov.”
“Ja, dat was hem. Brute vent, grote mond, ongeveer even sympathiek als buikkrampen en diarree. Maar hoe komt het dat ze nu pas belt, als hij gisteren al dood was.”
“Dat weet ik ook niet precies, maar dat zal ze ons dadelijk wel vertellen.” 

Een kwartier laten kwamen ze in het mortuarium van het ziekenhuis aan. De receptioniste herkende hen en verwees hen naar het kantoor van Dr. Versweyfelt. Ze klopten en toen ze een ja hoorden gingen ze binnen. Dr. Versweyfelt, een mooie vrouw van vooraan in de veertig met een enorme bos vuurrode krullen, zat verwoed op een klavier te tokkelen. Toen Vercruysse en Janssen binnenkwamen, stopte ze onmiddellijk en stond recht.
“Fijn, dat je onmiddellijk kon komen, Peter.” Ze gaf hem een stevige handdruk.
“Your wish is my command, Annemarie. Dat weet je.” Vercruysse boog lichtjes voorover.
Versweyfelt ging niet in op zijn hofmakerij en kwam meteen ter zake.“Gisteren namiddag werd onze nooddienst gebeld door iemand in de Blauwe Hond. Je weet wel, die jazzclub in het Schipperskwartier. Een man, de eigenaar, was onwel geworden. Toen onze ambulance aankwam, konden ze niet veel meer doen.”
“Hoe laat was dat?” Janssen zat te noteren in zijn atomaschriftje dat hij altijd en overal bij zich had.
Versweyfelt, zichtbaar geërgerd door de onderbreking, keek in haar papieren. “Om 16u07 werd de 100 gebeld, om 16u18 waren ze ter plaatse.”
Janssen knikte en noteerde.
“Was hij dan al dood?” vroeg Vercruysse.
“Hij is onderweg naar het ziekenhuis gestorven.”
Vercruysse knikte begrijpend. Hij wist ook wel dat de noodarts vaak de dood pas vaststelde in de ambulance. Als hij de man ter plekke dood zou verklaren, zouden ze hem niet met de ziekenwagen kunnen vervoeren en moest er een lijkwagen gebeld worden voor het vervoer van het lichaam.
Versweyfelt vervolgde. “Het zag ernaar uit dat hij aan een hartaanval of een beroerte gestorven was, maar toen we vanmorgen een autopsie uitvoerden, vonden we bijna toevallig dit in zijn hals.”
Ze nam een klein pastic zakje van haar bureau en gaf het aan Vercruysse. In het zakje zat een klein metalen staafje, ongeveer 4 centimeter lang en een diameter van nauwelijks een millimeter met een scherpe punt. Hij keek verbaasd naar de dokter. Die keek hem recht in de ogen.
“Het lijkt op een piepklein pijltje. Het zat bijna helemaal in de hals, vandaar dat niemand het gemerkt had. Ik heb het laten analyseren en er blijken sporen van vergif op te zitten.”
Janssen floot zachtjes tussen de tanden en kon niet nalaten te spotten. “Indianen in Antwerpen. Dat ik dat nog mag meemaken.”
Versweyfelt negeerde hem. “Ik dacht dat ik dus bij jou terecht moest met dit nieuws. Mijn mensen zijn nog bezig met het onderzoek, maar ik denk niet dat ze nog veel zullen vinden. Tsjechov is aan vergiftiging gestorven. De juiste samenstelling van het gif, kan ik je morgen per mail laten weten. Hier is de naam en het telefoonnummer van de noodarts die hem ophaalde. Hij kan je misschien nog enkele details vertellen.”
Ze gaf hem een geel post-itblaadje, deed de kartonnen map dicht die voor haar lag en stond op ten teken dat het gesprek afgelopen was. Vercruysse en Janssen gaven haar een hand en vertrokken. In de gang zei Janssen half luidop. “Het is en blijft een bitch, maar wel een verdomd mooie.”
Vercruysse deed of hij het niet hoorde. 

Op de terugweg naar kantoor, Janssen reed omdat hij handig was in het drukke verkeer van de avondspits, zeiden ze geen woord. Vercruysse dacht aan Tsjechov en de Blauwe Hond. Hij kwam er regelmatig om naar de band te luisteren. Het was een kwartet van bejaarde mannen die speelden zoals je het enkel nog in de film kon zien. Hij vond dat ze een beetje op de Buena Vista Social Club leken, maar dan met andere muziek. En zonder het geluk dat iemand als Ry Cooder een film over hen kwam maken en de beroemdheid in schopte. Ze moeten ooit vrij succesvol geweest zijn, maar nu waren ze al jaren het huisorkest van de Blauwe Hond. Vercruysse was er niet eens zeker van of Tsjechov de mannen überhaupt betaalde. Ze speelden voor de muziek, de drankjes en omdat ze het publiek niet konden missen. Charles, de trompetist, een zo goed als blinde neger die beweerde uit St. Louis te komen, maar onvervalst plat Antwerps sprak, woonde in dezelfde straat als Vercruysse. Ondanks zijn hoge leeftijd, hij beweerde al een aantal jaren dat hij 82 was, en zijn handicap leefde hij alleen, samen met zijn hond, een oude zwarte labrador die hem overal volgde. Vercruysse kwam hem regelmatig tegen op straat of in de supermarkt en er was in de loop der jaren een soort van bizarre vriendschap tussen hen ontstaan.
Enkele maanden geleden had Tsjechov een jonge zangeres aan de band willen toevoegen. Het moest wat sexier worden had hij gezegd en hij stelde Irina aan hen voor. Irina was een bloedmooie, jonge Poolse. Waar Tsjechov ze vandaan gehaald had was niet helemaal duidelijk, maar in het Schipperskwartier kwam dat wel vaker voor. Ze had identiteitspapieren en een verblijfsvergunning, allebei al dan niet met het nodige lobbywerk verkregen, dus er was niets aan de hand.
Er was vrijwel onmiddellijk een speciale band ontstaan tussen de jonge knappe Irina en de oude blinde Charles. Haar stem en zijn trompet vonden elkaar en vormden een innig duo. Het leek of ze tot elkaar aangetrokken werden, mekaar dan speels weer afstootten. De trompet die haar stem kwam ondersteunen, haar streelde, de overhand nam om zich dan weer door dat prachtige geluid zachtjes opzij te laten duwen, haar heel even weer aanraakte, maar terug losliet om dan weer in elkaar te verstrengelen en naar een hoogtepunt te gaan. Een bijna erotische sound.
Iemand beweerde ooit gezien te hebben dat Irina uit de woning van Charles kwam, maar eigenlijk geloofde niemand dat er iets passioneels was tussen hen, tenzij liefde voor jazz. Een maand of wat geleden was Irina bij Tsjechov ingetrokken en het gerucht werd gesmoord.
(wordt vervolgd)

P.S. Toen ik dit gisteren postte, was me niet opgevallen dat de teksteditor van Skynet alle returns uit het oorspronkelijke document gehaald had. het was dus nauwelijks leesbaar. Waarvoor excuus.

16:29 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (3) | Tags: kortverhaal, antwerpen, jazz |  Facebook |

24-06-07

Bisnummer

Ik kon het niet nalaten dit ook nog even te laten zien. Een fragmentje uit de opnames van L’ascenseur pour l’échafaud. Je ziet Miles spelen (improvisatie!) terwijl hij naar de beelden van de film kijkt. Gevolgd door een interviewfragmentje met Louis Malle.


17:33 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (1) | Tags: muziek, jazz, film, miles davis |  Facebook |

De lift naar het schavot

L'ascenseur pour l'échafaud. De eerste langspeelfilm van Louis Malle. De prent die beschouwd wordt als het startschot van de Franse filmstijl “Nouvelle Vague”. De film die Jeanne Moreau beroemd maakte. Lino Ventura speelde een bijrol. Miles Davis kwam naar Europa om de soundtrack op te nemen. Je zou het voor minder een legende noemen.

Tijdens één nachtelijke opname improviseerde Miles Davis, samen met vier andere muzikanten, terwijl de scènes uit de film geprojecteerd werden. Er is zelfs een aardig verhaaltje over een fragment uit de soundtrack. Een stukje huid van Miles’ lippen zou losgekomen zijn en zich vastgezet hebben in het mondstuk van zijn trompet. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het niet hoor, maar er wordt beweerd dat Miles het stuk niet opnieuw wilde opnemen omdat de kleine storing erbij hoorde.

Voor de film moet je een beetje fan zijn. Het ding is natuurlijk 49 jaar oud en de Nouvelle Vague staat heel ver van wat we nu gewoon zijn, maar als je niet opziet tegen de trage montage en de vervreemdende elementen is hij echt nog heel goed te genieten.

De soundtrack is een must. Echt waar!

 

 

P.S. Hier nog een stukje uit de soundtrack als achtergrond van een fotomontage over Miles Davis.

15:24 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (3) | Tags: muziek, miles davis, film, jazz |  Facebook |

21-06-07

Sexy & jazzy Michelle

Er bestaan ongetwijfeld betere versies van Makin’ Whoopee, maar de film is aardig en Michelle is mooi. De originele muziek op de soundtrack is trouwens van Dave Grusin. De moeite waard.

Michelle Pfeiffer en Jeff Bridges in The Fabulous Baker Boys.

 

17:29 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (3) | Tags: muziek, jazz, film, erotisch |  Facebook |

01-05-07

Michael Bublé Live

bubléMSN maakte deze week reclame met het concert van Michael Bublé gratis op internet en omdat ik niet kon slapen…
Ik had een beetje streamproblemen, waardoor het beeld af en toe haperde, maar de muziek kwam goed door.
Voor de liefhebbers, hier klikken.

P.S. Ik postte al eens enkele clipjes van hem.

04:54 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (5) | Tags: muziek, jazz, michael buble |  Facebook |

05-04-07

Sexy & jazzy

Een beetje in dezelfde stijl als de vorige post, maar toch ook weer heel anders. Catherina Zeta-Jones, mevrouw Michael Douglas (lucky him), in de wervelende film “Chicago”.

De film heeft minder effect op een normaal tv-scherm dan in de bioscoop, waar het echt spectaculair was, maar het blijft wel de moeite waard!

Grappig, swingend, sexy en jazzy.

 

15:02 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (7) | Tags: erotisch, muziek, film, jazz |  Facebook |

03-04-07

Crazy rythm

Ik schreef hier een tijdje geleden al over “The Cotton Club”. Vanavond vond ik dit fragment eerder toevallig – ik zocht naar iets anders – op youtube.

Voor wie het interesseert (al doet het er niet echt toe) het verhaaltje, eigenlijk een subplot uit de film. Clay en Samuel Williams proberen samen aan de bak te geraken in de showbizz, maar de broederliefde krijgt een deuk als Samuel de kans grijpt om solo te gaan door voor een blanke clubuitbater te gaan werken – in het New York van die tijd kwam het wel vaker voor dat zwarten niet toegelaten werden in de nightclubs waar nochtans zwarte muzikanten en dansers de show stalen. In deze scène gaat Samuel als gevierde lokale ster met zijn vriendin naar de club waar zijn broer optreedt.

Leuk detail: Gregory en Maurice Hines zijn ook IRL broers.

Sit back and enjoy een knap stukje tapdance.

 

22:28 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (3) | Tags: film, jazz, muziek |  Facebook |

21-02-07

Ik ben vandaag zo vrolijk...

Helemaal niet dus, maar ik post gewoon een liedje met een toffe sound en een positieve tekst om een kl***dag wat op te vrolijken.

 

 Trouwens, wedden dat ik met Michael Bublé minder bezoekers krijg dan met de vorige post. Ik kan natuurlijk proberen m’n kansen te verhogen door nog een clip van Bublé te posten, maar dan met de beeldmooie Laura Pausini aan zijn zijde. Het liedje is een beetje sentimenteler en minder jazzy, maar het oog krijgt wat het oor net een beetje mist.

 

P.S. Zou ik nu “Beeldschone Laura” als titel zetten?

Naaaa, 'k zal het maar laten. Dan liever nog twee clipjes voor wie de smaak te pakken heeft.

 

P.S.2: Ik kreeg net een mailtje van een lieve vriendin die goed nieuws had. Die dag wordt misschien toch nog goed!

17:23 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (6) | Tags: jazz, muziek, michael buble |  Facebook |

14-02-07

Voor de hand liggend...

Ik geef toe dat het niet verschrikkelijk origineel is, maar het blijft een mooie klassieker voor vandaag. My funny Valentine
Sweet comic Valentine
You make me smile with my heart
Your looks are laughable
Unphotographable
Yet you’re my favourite work of art

Is your figure less than greek
Is your mouth a little weak
When you open it to speak
Are you smart

But don’t change a hair for me
Not if you care for me
Stay, little Valentine, stay
Each day is Valentines day

10:04 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (5) | Tags: liefde, muziek, jazz, romantisch |  Facebook |

18-01-07

Muziekstokje

Enkele dagen geleden kwam er een mooie hond op me toe met een stokje in de bek. Tot mijn verbazing sprak het beest: “Ik ben de hond van Elle, al zegt ze dat geen hond heeft, maar ze geeft me af en toe wel bevelen en ze vroeg me je dit stokje te brengen.” Ik voelde me net Alice Joe in Wonderland, maar wie kan Elle iets weigeren?

Het is wel een moeilijke opdracht. Niet zozeer om enkele favoriete stukjes te noemen, maar vooral om een keuze te maken. Ik heb een heel brede muzieksmaak en afhankelijk van mijn stemming kan ik naar pop, blues, rock, kleinkunst, klassiek of jazz luisteren. Ik ben niet mee met de laatste trends, maar probeer die dingen te zoeken die karakter hebben, nog met échte instrumenten gemaakt, al moet ik bekennen dat ik in een onbewaakt moment, bvb als ik urenlange autoritten moet maken, durf mee kwelen met nogal kitschige dingen.

Maar goed, ik ben rond de pot aan het draaien. Een keuze dus, geen definitieve en zeker geen volledige en ook een klein beetje beïnvloed door wat ik vond op het net om dit stukje een beetje levendiger te maken. (Als je overal klikt, ben je wel even bezig.)

 

Ik ben geen echte kenner, maar ik hou van jazz. Niet de vergezochte, moderne jazz, maar de vrij toegankelijke, beluisterbare muziek. Chet Baker hoort bij mijn favorieten. Hij zong ook wel, maar ik hoor hem liever met zijn trompet. Waarom moest hij ook met zijn zatte botten uit dat hotelvenster in Amsterdam gaan hangen?

 Voor wie de smaak te pakken heeft, nog een andere legendarische trompetspeler: the one and only Miles Davis. Hier niet meteen een echt jazznummer, maar wel een heel intieme versie van Time after Time.

Daarnaast heb ik een zwak voor crooners. Ol’ Blue Eyes behoort op dat gebied natuurlijk tot de groten der aarde en de   keuze   is   moeilijk. Ik heb dan ook niks tegen het feit dat ze opnieuw “in” zijn en dat Michael Bublé, Diana Krall (mevrouw Elvis Costello, lucky him!) en zelfs George Michael het genre nieuw leven inblazen.

 

Verder kan ik een ouwe rocker als Joe Cocker, maar ook Dire Straits (mooi deze live versie!), Zucchero en Sting ook nog altijd appreciëren. Al vind ik van dit liedje vooral de tekst geweldig. Tom Waits doet me altijd aan donkere, rokerige kroegen en te veel wiskey denken. Let op de saxofoon! (Over saxofoon en mooie vrouwen gesproken, nog snel even Candy Dulfer hier binnensmokkelen.)

 

Ik ging het nog over luisterliedjes en over de groten van het chanson (de teksten!) hebben, maar dit stukje wordt echt te lang (en misschien te saai?), maar ik kan het echt niet laten het ook nog even over klassiek te hebben. Naar schatting 65-70% van mijn toch wel grote CD verzameling is klassieke muziek. Ik had het hier al eens even over dat stukje uit de Carmina Burana dat voor mij echt kippenvelblues is. Mijn klassieke favorieten? Moeilijk, nee, onmogelijk te zeggen, maar Vivaldi staat toch wel heel hoog op het lijstje. G.F. Händel staat er dan vlakbij. Wie de filmFarinelli” gezien heeft, zal zich dit stukje uit de opera “Rinaldo” misschien wel herinneren, hier gezongen door de Romeinse mezzosopraan Cecilia Bartoli. In 2005 was de opera trouwens in een schitterende versie te zien in Antwerpen.

 

Om af te sluiten, voor degenen die nog niet afgehaakt hebben tenminste, want dit is langer geworden dan ik wilde, even een uitstapje naar de musical, een genre dat ik wel kan smaken, ook al is het vaak zeemzoet en sentimenteel. Ik kies een stukje uit Notre Dame, het verhaal van Victor Hugo op tekst en muziek van Riccardo Cocciante. En ik koos het een mooie tekst heeft en omdat de eerste zin via een woordspeling een ode wordt aan de lieve vrouw die me dit stokje doorgaf, maar die nu wat slapjes in haar bed ligt. Opdat ze snel geneest! "Belle. C’est un mot qu’on dirait inventé pour ELLE".

18:25 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (1) | Tags: blog, poezie, jazz, muziek |  Facebook |

04-12-06

The Cotton Club

384px-Cotton_clubGisterenavond luie avond voor de tv met The Cotton Club. Ik was 14 toen de film uitkwam en ik heb hem nooit in de bioscoop gezien, maar ik denk wel dat het de moeite moet zijn, vooral omdat die heerlijke jazzmuziek en de vaak spectaculaire dansscènes beter tot hun recht komen in een bioscoopzaal.

De film heeft een hele reeks beroemde acteurs op de affiche staan. Richard Gere, toen amper 35, nog geen grijs haar, in de hoofdrol. Bob Hoskins speelt de beruchte New Yorkse gangster Owney Madden die eigenaar was van de Cotton Club, ooit the place to be in NYC. Enkele scènes met z’n handlanger, Fred Gwynne - de naam zei me niks, maar zijn gezicht is bekend - zijn ronduit schitterend. De toen slechts 20-jarige Nicolas Cage werd gecast door zijn beroemde regisserende oom Francis Ford Coppola en speelt de jongere broer van Gere. Lelijkaard James Remar wordt nog afzichtelijker geschminkt en speelt een andere gangster. Natuurlijk mag ik Gregory Hines niet vergeten, ja die van White Nights, die de show steelt als tapdanser.

De muziek is echt geweldig. Wervelende jazzmuziek met een aantal goede covers van beroemde swingende songs. Richard Gere speelt trouwens écht trompet. Ik wist het ook niet, maar internet bevestigt: Gere kan trompet spelen en is naar het schijnt nog goed ook

Een op het eerste gezicht wat saaie dvd-avond dus, maar met een glas witte wijn en een pak pistachenootjes heb ik ervan genoten.

Of is dat een veeg teken voor het feit dat ik oud en saai aan het worden ben???

01:06 Gepost door Joe Bradley in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: film, jazz |  Facebook |

20-11-06

erotic jazz

LaVoix_TS220_Sax red

Daarstraks ben ik in een klein café terechtgekomen waar nog een live band speelt. Er hing een rustige sfeer en weinig sigarettenrook. Met een door een vriendelijk meisje perfect ingeschonken Duvel voor me - ik weet het, wiskey past beter bij de sfeer, maar het was nog vroeg - gaf ik me over aan de jazzmuziek van de band. Een tenorsax, een pianist, een contrabas, slagwerk en een jonge zwarte zangeres. Het was vooral die zangeres die m’n aandacht trok. Een mooi, heel fijn gesculpeerd gezicht, lange vlechtjes en een ragfijn jurkje dat niet veel aan de verbeelding overliet van haar mooie lichaam. Maar het was haar stem, die je gewoonweg niet kon negeren. Het was alsof je door iets aangetrokken werd waardoor je wel moest luisteren. Als gehypnotiseerd volgde ik het spel dat ze speelde met de andere instrumenten. Terwijl de bas en de drummer het ritme aangaven flirtte haar stem met het heldere geluid saxofoon. Het leek of ze tot elkaar aangetrokken werden, mekaar dan speels weer afstootten. De sax die haar stem kwam ondersteunen, haar streelde, de overhand nam om zich dan weer door dat prachtige geluid zachtjes opzij te laten duwen, haar heel even weer aanraakte, maar terug losliet om dan weer in elkaar te verstrengelen en naar een hoogtepunt te gaan. Een bijna erotische sound.

22:21 Gepost door Joe Bradley in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: jazz, erotisch, muziek |  Facebook |