20-08-07

Sophisticated Lady (2/3)

Vercruysse werd uit zijn overpeinzingen gehaald toen Janssen bruusk remde en foeterde op de chauffeur voor hen. Hij nam zijn mobiel en vormde het nummer van de noodarts dat op het blaadje stond. Die nam op nog voor Vercruysse hoorde bellen. Toen hij hoorde waarover het ging zei hij echter over niet veel informatie te beschikken.
“Alles wat u weet kan ons helpen, dokter.” zei Vercruysse beleefd.
“Mij is verteld dat de band aan het oefenen was, er zaten enkele trouwe fans te luisteren. De patiënt zat vooraan, vlakbij het podium en er liepen wat technici rond die aan de nieuwe geluidsinstallatie aan het werken waren. Eén van hen struikelde over de voeten van de patiënt en toen hij zich wilde verontschuldigen zag hij dat er iets niet normaal was. Hij riep de anderen erbij en één van hen heeft onmiddellijk de 100 gebeld.”
“Was hij al dood toen u aankwam, dokter?”
De noodarts gaf hetzelfde geijkte antwoord als Versweyfelt gedaan had. Vercruysse knikte.
“Dank u wel, dokter. Als ik verder nog vragen heb, hoort u van me.”
Hij drukte het rode horentje van zijn gsm en keek voor zich uit.  

“Ik denk niet dat de club vanavond open zal zijn, zei hij, maar rij er toch maar eens heen.”
Janssen keek naar het uurwerk op het instrumentenbord en kon een lelijke grimas niet onderdrukken. Hij had sinds kort een nieuwe vriendin en had gehoopt vanavond met haar de stad in te kunnen. Janssen hield van Antwerpen in de zomer. Er was altijd wel iets te doen en hij kende als geen ander gezellige terrassen waar je lekker kon eten. Hij zag zijn plannen in het water vallen, maar reed toch rechtdoor en draaide bij het stoplicht rechtsaf de Scheldekaai op om zo naar het Schipperskwartier te rijden.

Ze hadden geluk en konden voor de deur parkeren. De Blauwe Hond leek inderdaad dicht en Janssen had even hoop dat het toch nog zou lukken op tijd naar huis te gaan toen Vercruysse aan de deur voelde en die bleek gewoon open te gaan. Binnen leek het eerst leeg te zijn, maar dan merkte Vercruysse dat er vooraan op het podium iemand was. Hij liep naar binnen en toen zijn ogen zich aan het halfduister aangepast hadden, herkende hij Charles, Irina en de andere musici. Ze zaten allemaal wat verweesd voor zich uit te staren en Vercruysse had niet de indruk dat hij net een levendige discussie onderbroken had. Irina keek toe hoe Charles zijn trompet aan het schoonmaken was. Vercruysse verwonderde zich erover hoe handig de oude man ondanks zijn handicap was. De hond lag aan zijn voeten.
“Goeie avond, Irina, heren.” zei Vercruysse.Iedereen mompelde een soort van groet. Alleen Irina zweeg.
“Sorry, Peter. Vanavond geen muziek. De baas van ‘t kot is dood.” Het was Charles die sprak. Vercruysse was al lang niet meer verbaasd dat hij zijn stem herkend had. Hij keek van de een naar de ander. Ondanks het donker in de club, had Irina een grote zonnebril op. Hij zag dat haar gezicht gezwollen was. Hoe zo’n mooi meisje van zo’n lelijke brute vent kon houden, vroeg hij zich af, maar luidop zei hij dat hij dat nieuws inderdaad al vernomen had. Hij stelde Janssen voor en vroeg of ze even konden praten.
“Mag ik met jou beginnen, Irina?”
Irina keek naar Charles, die ondanks het feit dat ze niks zei leek te merken dat ze zijn hulp zocht.
“Go on, meisje, ik ken hem goed. De beste flik van ’t stad. Misschien wel de enige goeie.”
Vercruysse negeerde de opmerking en wendde zich tot Irina. “Ik denk dat ik je eerst mijn deelneming moet betuigen.”
Ondanks het feit dat hij haar eigenlijk niet echt kende, tutoyeerde hij haar.
Om haar de kans te bieden zichzelf een houding te geven, bood hij haar een sigaret aan. Ze accepteerde, hij nam er een voor zichzelf en nadat hij beide sigaretten had aangestoken, trok hij langzaam de rook in zijn longen. Hij gaf het pakje door aan de andere muzikanten, maar iedereen weigerde.
“Ik wou alleen graag weten wat er gisteren gebeurd is.”
Irina keek weer naar Charles. Die poetste onverstoorbaar door.
“Ik weet het eigenlijk zelf niet, zei ze met een stille stem. We waren wat nieuwe dingen aan het oefenen. Antonin zat vooraan te luisteren. Tenminste dat dachten we. Hij heeft zelfs af en toe geapplaudisseerd.”
Ze stopte. Vercruysse wachtte geduldig tot ze de situatie weer voor de geest kon halen.
“Toen struikelde iemand over zijn voeten en dan ging alles heel snel. Ik hoorde iemand zeggen dat de 100 gebeld moest worden, wij stopten met spelen en hij lag op de grond. De dokter heeft hem onmiddellijk meegenomen. Wij zijn met Ludo’s auto, ze wees naar de pianist, achter de ambulance aan gereden, maar toen we bij het ziekenhuis aankwamen was hij al dood.”
“Ademde hij nog, toen de dokter hem meenam?”
“Ik weet het niet. Het ging allemaal zo snel. Ik weet echt niks.” Ze slikte iets weg.
“Was er veel volk?”
“Goh, het gewone clubje van trouwe liefhebbers die weten dat we donderdagmiddag komen oefenen en die tijd hebben om ook ’s namiddags te komen luisteren en dan een aantal technici.”
“Wat deden die hier?”
“De technici? Die liepen de hele tijd heen en weer en praatten via walkie talkies met elkaar terwijl ze de installatie aan het uitmeten waren. Er is vorige week een nieuwe versterkingsinstallatie geplaatst en die moest nog afgesteld worden.”
“Had Tsjechov vijanden?” vroeg Vercruysse plots, terwijl hij haar gezicht scherp in het oog hield? Ze keek weer naar Charles. Het was hij die antwoordde.
“Tsjechov was nu niet meteen de meest sympathieke man, Peter, dat weet je ook. Maar waarom kom jij vragen stellen? Ik wist niet dat hij een vriend van je was.”
“We komen gewoon even ons licht opsteken, ontweek Vercruysse. Tsjechov is in het Schipperskwartier niet de eerste de beste, dat weet jij ook.”
“Hij is gewoon dood omgevallen, Peter. Dat lot wacht ons ooit allen. En zijn manier lijkt me niet eens een slechte. Kort en pijnloos.”
Vercruysse zag dat het geen zin had om de hete brij te blijven draaien.
“Of het zo pijnloos was, weet ik niet Charles. We hebben ernstige aanwijzingen om aan te nemen dat Tsjechov vermoord is.”
Hij lette aandachtig op de reactie van de vier mannen en Irina. Aan de gelaatsuitdrukking van de musici zag hij niets. Alsof ze er helemaal niet van schrokken. Irina keek verschrikt naar Charles.
Het was Ludo nu die zich mengde. “Wij zaten te spelen, meneer Vercruysse. Ik vrees dat we u niet echt kunnen helpen. Er liepen nogal wat mensen rond.”
Ondanks het feit dat Vercruysse de vier musici al een hele tijd kende en al verschillende keren met hen, als de club al gesloten was, tot in de vroege ochtenduren had zitten drinken en naar muziek luisteren, bleef Ludo hem halsstarrig met meneer en u aanspreken.
Vercruysse begreep dat langer aandringen geen zin meer had. Hij vroeg nog of ze enkele van de toeschouwers bij naam kenden en of ze de firma kenden die de geluidsinstallatie geplaatst had. Irina kon hem telefoonnummer en adres van de firma geven. De bandleden kenden enkelen uit het publiek, maar vaak alleen een voornaam of een bijnaam. Janssen noteerde alles.
Vercruysse nam afscheid en vroeg nog zich te melden als ze dachten zich iets te herinneren, hoe onbeduidend het ook mocht lijken. Hij gaf een teken aan Janssen die zijn atomaschriftje in zijn tas opborg, en ze vertrokken.

Buiten op straat zei Vercruysse dat Janssen maar met de dienstauto naar huis moest rijden.
“Misschien kom je dan niet veel te laat op zijn afspraak”, voegde hij er met een knipoog aan toe. Hij zou zelf naar huis lopen dan kon hij onderweg nog nadenken. Janssen keek hem dankbaar aan en wenste hem een goede avond.

19:14 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (2) | Tags: kortverhaal, jazz, antwerpen |  Facebook |

Commentaren

Hmmm... Ben je zeker dat het maar uit drie delen bestaat? Of stel je na dat laatste deel uiteindelijk je boek voor en dat het te koop ligt in de winkel voor een twintig euro ;o)
Kon niet slapen, vandaar op dit vroege uur nog langsgekomen. En kijk! Nog even wat nachtlectuur kunnen meepikken. Merciekes!

Gepost door: Freggeltje | 21-08-07

kunt ge al uw verhalen van uw blog doorsturen naar
copywriter@skynet.be ?
dan kan ik ze vanavond eens fatsoenlijk doorlezen, eventueel gebruiken als vervolgverhaal in de krant ?

Gepost door: roedi | 21-08-07

De commentaren zijn gesloten.