19-03-07

Vroege lente in Toscane

Toscana 1 rid

Het had dagen na elkaar geregend, maar die dag scheen de zon in een lichtblauwe lentehemel. A. belde om te vragen of ik niet weggespoeld was en stelde voor te profiteren van de mooie dag en die middag een rit met de auto te maken. Ik was dankbaar voor de afwisseling en reed na de middag naar haar huis, toeterde en alsof ze me achter de deur stond op te wachten kwam ze onmiddellijk breed glimlachend naar buiten. Terwijl ze vrolijk en levenslustig als altijd vroeg hoe ik die regendagen doorgekomen was, reden we naar het dorp om te gaan tanken. Ik draaide het dorpsplein op en merkte dat het benzinestation nog gesloten was. Het was drie uur in de namiddag. Een klein bordje vertelde dat we voor half vier niet konden tanken. Ik durfde niet verder rijden omdat het wijzertje al ver in het rood stond en we besloten even door het dorpje te lopen. Een Toscaans dorpscentrum tijdens de middagpauze in de vroege lente.

Aan de overkant van het plein kwam een bejaard Engels echtpaar uit een trattoria, begeleid door de zwaarlijvige kok, die zijn lach niet kon inhouden toen zag hoe de oude man wankelde. Duidelijk te veel chianti gedronken. Het duurde een hele tijd, voor zijn vrouw, niet veel minder dronken dan haar man, hem op de passagierszetel van de gehuurde Fiat Brava kreeg.

“Alleen Engelse mannen dragen op hun zeventigste dergelijke lelijke spierwitte schoenen.” merkte A. op. “Jammer dat zijn vrouw geen grote strohoed met een lichtgroen of lila lint eromheen draagt. Het cliché zou compleet geweest zijn.” Ik moest lachen om haar sympathieke vorm van racisme.

Op een bank in de zon zaten drie heren op leeftijd in het niets te kijken. Af en toe zei er een iets, dat door de andere brommend beaamd werd.

“Zo oud worden.” dacht A. luidop. “Niks hoeft meer. Je mag zonder je te schamen midden op de dag op een bank van de eerste lentezon zitten genieten. Geen stress, geen zorgen, alleen lauwwarme zonnestralen.”

Net op dat ogenblik kwam een vierde bejaarde man aangewandeld. “En waarheen gaat de wandeling?” begroetten de drie bankzitters hem.

“Naar de kaartclub.” Een duidelijk Napolitaans accent. “Maar niet om te spelen, hoor.”

“Ah, nee, speel je niet meer?”

“Oh jawel, maar hier speel ik niet graag. Bij mij thuis spelen we zwijgend. Geconcentreerd. Hier praten ze de hele tijd en geven elkaar signalen. Ik kan me daarover echt boos maken, maar het heeft geen zin. Daarom speel ik enkel solospelletjes.”

“Dus toch zorgen, ook op je oude dag.” Dacht ik.

 

Volgetankt, stuurde A. me naar de nieuwe vierbaansweg naar Siena en liet me de eerste uitrit richting Asciano nemen. Na enkele gebouwen en een wat misplaatst modern hotel, maakte de smalle baan een scherpe bocht. Ze reden over een heuveltop en het landschap opende zich. Adembenemend mooi slingerde de weg zich met scherpe bochten en steile hellingen door de Crete, de graanschuur van Toscane. Links rezen in de verte de torens van Siena, aan de andere kant van de weg de lichtgroene glooiing met daarin verspreid enkele boerderijen en landhuizen. Een cypressenlijn leidde naar een mooi landhuis, aan het zwembad te zien van een buitenlander. Hier en daar liep een kudde schapen. We stopten even om een auto die haast had, te laten voorbijrijden en stapten uit. Zwijgend lieten we het landschap op ons inwerken. Ieder alleen met de eigen gedachten, maar zich heel bewust van elkaars aanwezigheid. Ik kon het niet nalaten steels naar het profiel van A. te kijken. De lijn van haar wat scherpe neus, de lange wimpers, haar lange steile haar met daarachter wat waziger de groene heuveltop. Als een foto met een klein diafragma gemaakt. De rit was amper twintig kilometer lang, maar we reden zo traag dat het bijna drie kwartier duurde voor we bij Asciano kwamen. We spraken nauwelijks, de radio stond uit, enkel het geluid van de soepele dieselmotor en de aerodynamica van de auto. Vlak voor Asciano sloeg ik af en volgde de pijl naar de abdij van Monte Oliveto. A. keek me even zijdelings aan en glimlachte. Haar elleboog raakt de mijne op de armsteun en ik trok niet terug.

 

P.S. Voor alle duidelijkheid: dit verhaal is grotendeels fictie. Er bestaat helemaal geen A. met een scherpe neus en lange wimpers tenzij in mijn fantasie. Toscane in de lente is wél heerlijk.

Toscana 3

23:33 Gepost door Joe Bradley | Permalink | Commentaren (2) | Tags: reizen, italie, toscane, lente |  Facebook |

Commentaren

Pfff... Nog zo'n paar verhalen en ik kruip in m'n bed tot het weer congé is... ;-)

Gepost door: Beo | 20-03-07

mooi...:)

Gepost door: qahwa | 26-03-07

De commentaren zijn gesloten.